•  Waaslandtunnel, Zicht op de reeds geplaatste gietijzeren segmenten en de achterzijde van het schild (1932 (?), Archief Lode De Barsée, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
  •   Waaslandtunnel, Positioneren van het schild aan het begin van de tunnel op Linkeroever (najaar 1931, Fotocollectie, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
  • Waaslandtunnel, Aanvoer van de gietijzeren segmenten op Linkeroever (najaar 1932, Fotocollectie, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
  •  Waaslandtunnel, Het hydraulisch systeem gebruikt om de gietijzer segmenten in positie te brengen (zomer 1932, Fotocollectie, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
  • Waaslandtunnel, Werken tijdens de bevriezing van de ondergrond door de firma Foraky, Brouwersvliet, Antwerpen (Voorjaar 1932, Fotocollectie, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
  • Waaslandtunnel, Werken aan de funderingen van het verluchtingsgebouw op Rechteroever door de firma Van Riel & Van den Bergh, Brouwersvliet, Antwerpen (Voorjaar 1932, Fotocollectie, Architectuurarchief Provincie Antwerpen).
maandag, 6 november, 2017

De werf van de Waaslandtunnel

De door CVAa en APA gecoproduceerde tentoonstelling WERF! in de Antwerpse Permekebibliotheek focust op beelden. Beelden die vaak sterk gelaagd zijn en menigmaal een uitleg kunnen verdragen. De case van de Waaslandtunnel graaft even dieper in op enkele curieuze aspecten… 

Ademen in de tunnel?

De Compagnie Internationale des Pieux armés Frankignoul komt als beste uit de aanbestedingsprocedure van IMALSO (Intercommunale Maatschappij van de Linker Scheldeoever) voor de bouw van twee tunnels die voor de eerste keer de Antwerpse Linker- en Rechteroever fysiek zullen verbinden. Om hun gebrekkige expertise wat betreft dit soort grootschalige projecten op te vangen, kijkt Franki zeer aandachtig naar de pas gerealiseerde Holland Tunnel (1927). Van deze New Yorkse tunnel eigenen ze zich niet alleen enkele vormelijke elementen toe, ze leren ook veel over de voor verkeersstromen belangrijke voorselectie op verkeerspleinen en in- en uitrittensystemen, de preventieve kracht van grondstudies en de noodzaak van verluchting bij een onophoudelijke doorstroom van gemotoriseerd verkeer.De facto gaat Franki een tijdelijke vereniging aan met Parklap, het bedrijf achter de New Yorkse realisatie.  Zo staat het in rechtstreekse verbinding met de opgebouwde expertise en kan het waar nodig terugvallen op technische bijstand. Daarenboven schakelt Franki twee bijzondere krachten in: Ole Singstad en Gaston Henry. Singstad is een specialist ventilatietechniek en aan de bouw van de Holland Tunnel verbonden als hoofdingenieur. Henry heeft ervaring als ingenieur aan de Parijse metro en is specialist van het fameuze ‘schild’. De verluchting van de Waaslandtunnel wordt volledig opgebouwd naar het model van de Holland Tunnel. Franki betaalt voor dit gebruiksrecht een stevig bedrag aan Parklap. Twee verluchtingsgebouwen, een op elke oever, gesitueerd naast de loop van de voertuigentunnel onttrekken vervuilde lucht en voorzien eveneens verse lucht. Via ondergrondse, horizontale kokers van 6 cm dik beton staan ze in verbinding met de eigenlijke tunnel. Voor het graven van de verticale verbindingen doen de ingenieurs beroep op Foraky. Deze firma is groot geworden met een in de Kempische mijnbouw toegepaste techniek om grond tijdelijk te bevriezen. Via een in een cirkelvorm geplaatst systeem van dubbele buizen pompen ze gedurende maanden koelvloeistof de grond in. Eenmaal de grond  langs de omtrek van de cirkel volledig is bevroren, verloopt het afgraven van de binnenste kern zonder gevaar voor instortingen. In zijn artikel in M&L lokaliseert Dirk Fredricx de foto van de bevriezing van de ondergrond aan de Sint-Jansvliet. Verscheidene details tonen dat het beeld niet genomen is tijdens de bouw van de voetgangerstunnel, maar tijdens die van de voertuigentunnel. Het torentje links boven de huizenrij is dat van het Loodswezen op de Tavernierkaai. Een blik op Google Street View leert dat het gebouw uiterst rechts op de foto op de Brouwersvliet ligt en effectief uitkijkt op het verluchtingsgebouw van Rechteroever. De gevels van de verluchtingsgebouwen zijn een ontwerp van stadsarchitect Emiel Van Averbeke. Het geheel is een uitvoering van de Antwerpse firma Van Riel & Van den Bergh. De modernistische beeldtaal zet bewust het vernieuwende karakter van de tunnel in de verf. 

Werken onder een rivier?

De realisatie van het deel van de Waaslandtunnel onder de Scheldebedding is enkel mogelijk door de geculmineerde toepassing van een aantal bijzondere technieken: het schild, talloze gietijzeren segmenten en voldoende luchtdruk. Een woordje uitleg… De schildmethode is een uitvinding van ingenieur Marc Isambard Brunel (1769-1849). De latere realisaties van tunnels, waaronder de New Yorkse Holland Tunnel, perfectioneerden proefondervindelijk Brunels idee tot een grote metalen cilinder die aan de voorzijde voorzien is van een snijkant. De term schild verwijst naar een opstaande wand tussen de te bewerken ondergrond en de snijkant. De wand kan open en dicht en maakt werken op verschillende zones van de boordiameter mogelijk. Achter het schild plaatsen arbeiders een ring van 15 gietijzeren segmenten die via een cirkelvormig hydraulisch systeem op hun plaats worden gedrukt. Eenmaal gepositioneerd bevestigen vakmannen ze aan mekaar met stalen bouten en moeren. De segmenten van de Waaslandtunnel zijn vervaardigd door de Usines Emile Hernicot uit Court-Saint-Etienne, de bouten en moeren door de Société Anonyme des Clouterie et Tréfilerie des Flandres uit Gentbrugge. Hydraulische krikken vinden houvast tegen de pas geplaatste gietijzeren ring en boren zo het schild verder de tunnel in. Ring per ring voltrekt de tunnel zich. Ook al situeren de werken zich in de meer stabiele grondlagen (onder de Schelde is dit de Boomse klei), dergelijke interventies zijn enkel mogelijk wanneer het tunneluiteinde onder een hoge atmosferische druk staat. Zulke druk voorkomt tijdens de werkzaamheden overmatige waterinsijpeling, maar confronteert de arbeiders met de gevaren van het werken in een omgeving onder luchtdruk: een te snelle decompressie veroorzaakt de caisson- of duikersziekte. Het opdrijven van de luchtdruk is mogelijk door de plaatsing van een luchtsluis in de vorm van een betonnen wand, de consequentie is dat personeel én materiaal steeds deze sluis moet passeren.Door de gecombineerde toepassing van deze technieken was het voor de tijdelijke alliantie Franki - Parklap mogelijk de werken ruim binnen de vooraf bepaalde duizend werkdagen op te leveren en een flinke premie op te strijken. 

[Tekst: Wim Luyckx, Architectuurarchief Provincie Antwerpen, mede-curator van WERF!]

 

Literatuur:

FREDRICX, Dirk, De bouw van twee tunnels onder de Schelde te Antwerpen (1931-1933), IN Monumenten & Landschappen, 23/6, November-december 2004, 28-54.